Beleggen volgens de principes van de Donuteconomie

Met een flinke dosis scepsis begon ik afgelopen zomer aan het boek ‘De Donut Economie’. Een klassieke fout van mijn kant: I judged a book by its cover (and title).

In haar internationale bestseller betoogt Kate Raworth dat de huidige economische theorie te beperkt is voor de uitdagingen van de 21e eeuw, en ontwierp zelf een economisch model dat ze de Donut noemt. In dit artikel vertel ik daar meer over, en laat ik zien hoe ik dit heb toegepast op mijn eigen beleggingsportefeuille.

Het probleem met de huidige economische theorie

Wat het boek erg interessant maakt is dat Raworth zelf economie heeft gestudeerd. Ze weet precies wat er op universiteiten onderwezen wordt, en hoe de wisselwerking is tussen faculteiten en beleidsmakers. Haar algehele kritiek: de huidige mainstream economische modellen zijn niet snel genoeg met de tijd meegegaan, waardoor ze ongeschikt zijn voor de huidige economische uitdagingen zoals het klimaat en economische ongelijkheid.

Een belangrijk voorbeeld daarvan is de focus van economische theorie en beleidsmakers op het bruto binnenlands product, het BBP. Dat is de financiële waarde van alle goederen en diensten die jaarlijks in een land worden geproduceerd. Economische theorie draait grotendeels om het maximaliseren van het BBP, en voor veel beleidmakers zijn er weinig dingen die belangrijker zijn dan het op peil houden van de groei van het BBP.

Visuele weergave van het Donut-model van een economie

….

Echter, volgens Raworth is het BBP geen goede maatstaf voor het welzijn van een maatschappij. Onder andere ecologische grenzen moeten ook worden meegenomen in de moderne economische theorie. Het boek bevat talloze voorbeelden van situaties waarin ecologische grenzen overduidelijk overschreden zijn, en waar duurzaam economische beleid niet gebaseerd kan worden op een economisch model zonder wisselwerking met ecologische factoren. In het Donut-model van een economie zijn maatschappelijke behoeftes en ecologische grenzen centrale elementen.

Een ander punt van kritiek: in de economische wetenschap is marktwerking heilig, en moeten markten zoveel mogelijk ongestoord hun werk kunnen doen. Raworth geeft echter aan dat globale markten voor goederen en diensten serieuze beperkingen hebben. Op deze markten wordt er door kopers bijvoorbeeld geen prijs betaald voor de ecologische schade die de gekochte producten aanrichten, waardoor ecologische grenzen gemakkelijk overschreden worden. Markten zullen zonder regulering geen einde maken aan verdere verzuring van de oceanen, afname van biodiversiteit en chemische vervuiling.

In het boek worden nog 5 andere strucurele problemen van het huidige economische denken beschreven. Voor die punten verwijs ik jullie door naar het boek, dat ik van harte aanbeveel!

Hoe beleg je volgens de Donut-principes?

Na het lezen van het boek begon ik me (onder andere) af te vragen hoe ik de principes uit het boek kan toepassen op mijn beleggingsportefeuille. Het boek gaat niet over beleggen, dus je moet zelf die vertaalslag maken.

De eerste beleggingsbeslissingen die ik heb genomen vanwege het boek draaiden om het gebrek aan betrokkenheid bij investeerders. Financiële markten zijn erg efficient in het bij elkaar brengen van investeerders en investeringen, maar de keerzijde is dat de koper vaak alleen financieel stakeholder is. Een investeerder is meestal geen stakeholder in het productieproces of het eindproduct. Vanuit een meer coöperatieve gedachte heb ik daarom geïnvesteerd in een duurzame energiecoöperatie in ons stadsdeel. De projecten hebben heel concreet impact op de leefomgeving in onze buurt, en ik kan als lid meebeslissen tijdens de jaarlijkse ALV.

Energiecoöperatie Zuiderlicht legt zonnepanelen op het dak van een school in de buurt

….

In het verlengde hiervan heb ik een flinke allocatie gedaan naar het Triodos Groenfonds. Dit is een beleggingsfonds dat vooral leningen verstrekt aan lokale projecten. Triodos is hierin een ervaren en bevlogen partij die oog heeft voor financieel, ecologisch en maatschappelijk rendement. Bijkomende voordelen: fiscaal voordelig, korte gemiddelde looptijd van de leningen (beperkt inflatierisico), vrijwel geen valutarisico en de leningen zijn niet beursgenoteerd (minder koersrisico). Nadeel: vrij hoge beheerkosten.

Daarnaast ben ik kritischer gaan letten op de beleggingsstrategie van mijn aandelenfondsen. Het beleggingsbeleid moet wat mij betreft gericht zijn op het financieren van bedrijven die zeer actief met duurzaamheid bezig zijn, en daarmee rekening houdt met de ecologische grenzen van onze aarde. De belangrijkste bronnen die ik daarvoor raadpleeg zijn de top 10 beleggingen van het fonds, en teksten over beleggingsbeleid en duurzaamheid op hun website. Als eerste stap heb ik het Europese deel van mijn aandelen in het Kempen European Sustainable Value Creation Fund geïnvesteerd. Kempen is een vermogensbeheerder met een uitgesproken en genuanceerde visie op duurzaamheid, en omdat het beleggingsfonds actief wordt beheerd (geen index-tracker) kan die visie optimaal worden toegepast. Andere overwegingen: de beheerkosten van het fonds vind ik acceptabel voor actief beheer, en ze hebben een goed track record. Wel een belangrijke disclaimer: ik werk bij deze vermogensbeheerder, dus ik ben waarschijnlijk bevooroordeeld 😊.

Het niet-Europese deel van mijn aandelen is nog aan vervanging toe, daar heb ik nog geen beslissing over genomen.

Tot slot

Ik hoop dat dit artikel kan helpen bij het invullen van jouw duurzame beleggingsportefeuille. Als je zelf ideeën hebt over hoe je kunt beleggen volgens de Donut-principes dan horen we dat graag, feedback / suggesties / vragen zijn zeer welkom! Laat een bericht achter onder dit artikel (kan anoniem) of reageer via Instagram of Facebook.

33 reacties

Laat een antwoord achter aan poupée sexuelle Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.